Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Bart Verhelst, IT Provider Group

We zijn ten zeerste gecharmeerd over de professionele omkadering van Bright en in het bijzonder...

01/11/2014

Vergoeding auteursrechten werknemers: nog steeds een nuttig verloningsinstrument?

Vermogensrechten en de arbeidsovereenkomst

De wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (B.S. 27 juli 1994 - hierna: de ‘Auteurswet') verleent auteursrechten aan elke auteur van een werk van letterkunde of kunst (art. 1, § 1 Auteurswet). Ook uitvoerende kunstenaars ontvangen vermogensrechten op grond van dezelfde reglementering (art. 35, § 1 Auteurswet).

Ook in het kader van een arbeidsverhouding behoren de vermogensrechten van een auteur die werken tot stand brengt of van een uitvoerend kunstenaar die prestaties levert derhalve toe aan die werknemer, en dus niet aan de werkgever. Evenwel voorziet de auteurswet dat de werknemer deze rechten aan de werkgever kan overdragen voor zover dergelijke overdracht uitdrukkelijk is voorzien en voorzover de creatie of de prestatie binnen het kader van de arbeidsovereenkomst valt.

Als werkgever doet u er derhalve goed aan om in de arbeidsovereenkomst een overdracht van deze rechten door de werknemer te voorzien.

overdracht auteursrechten = een nuttig verloningsinstrument?

Soms gaat de overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer nog een stuk verder, en wordt in een financiële vergoeding ten voordele van de werknemer voorzien ter compensatie van de overdracht van de auteursrechten. Dergelijke vergoeding wordt in de regel beschouwd als een ‘voordelig' verloningsmiddel, en wel om hierom:

  • er kan worden verdedigd dat de vergoeding voor auteursrechten of andere vermogensrechten in het kader van de arbeidsovereenkomst niet onderworpen is aan socialezekerheidsbijdragen; Aangezien de vergoeding niet wordt toegekend ingevolge de dienstbetrekking, zelfs niet indien het ontstaan van de vermogensrechten volgen uit de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, zou deze vergoeding niet als loon kunnen worden gekwalificeerd. Ter zake moet volledigheidshalve wel aan worden toegevoegd dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid op de loer ligt, en er een reël gevaar voor herkwalificatie is.
  • de vergoeding die ter compensatie van vermogensrechten overeenkomstig de Auteurswet wordt ontvangen, wordt fiscaal beschouwd als een roerend inkomen in de zin van artikel 17, § 1, 5° WIB '92, wat mits het voldoen aan een aantal voorwaarden (onder meer wat betreft de omvang van de vergoeding) een (voordelig) belastingtarief van 15 % impliceert.

arrest van het Hof van Cassatie van 15 september 2014

Op 15 september 2014 heeft het Hof van Cassatie een belangrijk arrest in deze materie geveld, een arrest dat het al dan niet verschuldigd zijn van socialezekerheidsbijdragen op vermogensrechten wederom ter discussie stelt.

Dit arrest betreft een zaak waarbij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid socialezekerheidsbijdragen vorderde op de vergoeding die een muziekgezelschap aan werknemers-muzikanten uitbetaalde voor de overdracht van de rechten op hun creaties in het kader van de arbeidsovereenkomst. Terwijl het Hof van Beroep te Gent in een arrest van 6 januari 2011 had gemeend dat er op deze vergoeding geen bijdragen dienden te worden betaald, was het Hof van Cassatie een andere mening toegedaan:

"Uit de voormelde wetsbepalingen en hun onderlinge samenhang volgt dat de vergoeding die de door een arbeidsovereenkomst verbonden uitvoerende kunstenaar van zijn werkgever ontvangt, voor de overdracht van zijn vermogensrechten waartoe hij zich bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst had verbonden, een tegenprestatie is voor de overdracht van rechten met betrekking tot een in uitvoering van de arbeidsovereenkomst geleverde prestatie. Die vergoeding is bijgevolg, in de regel, een voordeel waarop de werknemer ingevolge zijn dienstbetrekking recht heeft ten laste van zijn werkgever en maakt aldus deel uit van het loon op basis waarvan de socialezekerheidsbijdragen berekend worden."

Vermits deze rechtspraak slechts betrekking heeft op uitvoerende kunstenaars, is het maar de vraag in hoeverre deze lijn zonder meer kan worden doorgetrokken naar werknemers die een vergoeding genieten ingevolge overgedragen auteursrechten. Het standpunt dat de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid heeft ingenomen met betrekking tot vermogensrechten van werknemers onder het kunstenaarsstatuut, hierin nu gevolgd door het Hof van Cassatie, is immers niet zonder meer bevestigd met betrekking tot titularissen-werknemers van auteursrechten. Anderzijds valt niet in te zien op welke grondslag een onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen beide categorieën, en ook de motivering van het Hof in voormelde zaak lijkt er op te wijzen dat ook de vergoeding ingevolge de overdracht van auteursrechten eenzelfde lot beschoren is.

Wat de reële draagwijdte wordt van deze rechtspraak, en of voortaan ook vergoedingen voor de overdracht van auteursrechten door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid massaal zullen worden geviseerd, valt dus af te wachten.