18/04/2013

Vlaams Taaldecreet in strijd met vrij verkeer van werknemers

Het Vlaams Taaldecreet

De Belgische grondwet bepaalt dat de Gemeenschapsraden, bij uitslui­ting van de federale wetgever, bij decreet het gebruik van de talen regelen voor de sociale betrekkingen tussen de werkge­vers en hun personeel (art. 129 G.W.). Zij regelen eveneens het taalgebruik voor de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen.

Voor wat betreft het Vlaams taalgebied - bepalend is de exploitatie- of uitbatingszetel  waaraan de werknemer verbonden is - zijn deze taalvoorschriften vastgelegd in het Taaldecreet van 19 juli 1973. Op basis van deze reglementering dient een onderneming met exploitatiezetel in het Vlaams taalgebied de arbeidsovereenkomsten met haar werknemers op te stellen in het Nederlands. Handelingen of documenten van de onderneming die niet beantwoorden aan deze voorwaarde, zoals een arbeidsovereenkomst die in een andere taal dan het Nederlands is opgesteld, zijn nietig.

Gelijkaardige normen zijn van toepassing voor het Frans en het Duits taalgebied, en voor het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en de faciliteitengemeenten.

En het vrij verkeer van werknemers?

Maar is deze regeling wel verzoenbaar met het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie?

De Arbeidsrechtbank van Antwerpen bond de kat de bel aan, naar aanleiding van een zaak rond een voormalige Nederlandse werknemer van PSA uit Antwerpen. Deze werknemer werd in 2009 ontslagen, waarop hij de nietigheid van zijn arbeidsovereenkomst opwierp op grond van het feit dat deze overeenkomst in het Engels was opgesteld. Op grond van het Vlaams Taaldecreet moest dit in het Nederlands zijn. Daarop heeft de Arbeidsrechtbank de zaak doorgeschoven naar het Europees Hof van Justitie, met de vraag of dit Vlaams Taaldecreet geen inbreuk vormde op het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie.

Het resultaat van deze vraag heeft verstrekkende gevolgen.

Het Europees Hof wikt en beschikt

Een veeg teken aan de wand was de conclusie van de advocaat-generaal van het Hof van Justitie van 12 juli 2012. In deze conclusie, die strikt genomen louter de waarde van een niet-bindend advies aan het Hof heeft, oordeelde de advocaat-generaal dat het Vlaams Taaldecreet een onnodige belemmering van het vrij verkeer van werknemers binnen de Europese Unie vormt door het Nederlands voor alle arbeidsdocumenten van bedrijven met exploitatiezetel in Vlaanderen te verplichten. Bovendien werd de voorgeschreven sanctie, de nietigheid, zwaarder dan noodzakelijk bevonden.

Niettegenstaande de kritiek die op deze conclusie volgde, heeft het Europees Hof van Justitie deze redenering nu in zijn arrest van 16 april 2013 doorgetrokken. In dit arrest oppert het Hof dat de regeling zoals voorzien in het Vlaams Taaldecreet een "afschrikkende werking" kan hebben voor uit andere lidstaten afkomstige niet-Nederlandstalige werknemers en werkgevers, wat onmiddellijk de beperking van het vrij verkeer van werknemers impliceert. Bovendien, zo vervolgt het Hof, is er geen doelstelling van algemeen belang die deze beperking voldoende verantwoordt.

(Wetgevend) werk aan de winkel

Los van het feit dat de Antwerpse Arbeidsrechtbank de zaak nu dient af te handelen 'overeenkomstig de beslissing van het Hof', is de vraag of het Taaldecreet niet moet worden herzien. Minister van Werk Philippe Muyters lijkt dit alvast van plan.

Misschien kan voor een aangepaste regeling inspiratie worden gevonden in de volgende suggestie van het Hof van Justitie:

"Bovendien zou een regeling van een lidstaat die niet alleen zou voorschrijven dat zijn officiële taal moet worden gebruikt voor arbeidsovereenkomsten met een grensoverschrijdend karakter maar bovendien zou voorzien in de mogelijkheid om daarnaast in een door alle betrokken partijen begrepen taal een rechtsgeldige versie van dergelijke overeenkomsten op te stellen, minder ingrijpen in het vrije verkeer van werknemers dan de in geding zijnde regeling, maar toch geschikt zijn om de doelstellingen van die regeling te waarborgen."

Met andere woorden, een reglementering die de opmaak van sociale documenten in het Nederlands voorziet én tegelijk de mogelijkheid biedt aan partijen om daarnaast een versie in een andere, door alle partijen begrepen taal, op te stellen, zou de toets van het vrij verkeer van werknemers wél doorstaan. Dit lijkt het Hof alvast aan te geven.

Het is afwachten hoe, en wanneer, de decreetgever volgt.

En wat met de overige taalgebieden in België, die een gelijkaardige regeling hebben? Als zij de toorn van het Hof willen vermijden, zullen ook zij wellicht de nodige wetgevende aanpassingen moeten doorvoeren.