29/01/2015

Voorschotfacturen

Eind 2012 werd de Europese facturatierichtlijn van 2010 (2010/45/EU) in nationale wetgeving omgezet en meer bepaald opgenomen in het BTW wetboek. Naast zaken zoals de gelijkschakeling van elektronische en papieren facturen, een soepelere regeling inzake self-billing, nieuwe regels inzake de bewaring van facturen, edm. werden ook de regels inzake opeisbaarheid van BTW veranderd. Deze zijn al van toepassing sinds januari 2013 maar om ondernemingen de kans te geven zich aan te passen was in een overgangsperiode voorzien van 2 jaar. Over enkele weken verstrijkt deze periode en geldt de nieuwe regeling dus definitief en voor iedereen vanaf 1 januari 2015.

BTW is in principe verschuldigd en dus opeisbaar op het ogenblik van de levering van goederen of de voltooiing van diensten. In de oude regeling gold een factuur evenwel als een "subsidiaire" oorzaak van opeisbaarheid waardoor ook op voorschotfacturen  BTW kon worden aangerekend, en waarbij voor leveringen en diensten waarvoor geen verlegging van heffing geldt de BTW ook meteen in de BTW aangiftes van leverancier en klant verwerkt konden worden. Voorschotfacturen waren dan ook bij voor bedrijven gemeen goed.

Deze alternatieve regeling komt nu evenwel definitief te vervallen. Een (voorschot)factuur als subsidiaire oorzaak van opeisbaarheid is geschrapt. Een leverancier of dienstverlener zal dus enkel nog een (volwaardige) factuur mogen uitreiken op het ogenblik dat de BTW opeisbaar is geworden, hetzij dus bij levering van een bepaald goed dan wel bij voltooiing van een bepaalde dienst. De betaling van een voorschot zal op basis van een ander document dan een factuur gevraagd moeten worden en zal geen enkele vermelding inzake BTW (geen BTW tarief of -bedrag, geen melding vrijstelling, edm.) mogen bevatten. Dergelijk document zal geen aanleiding geven tot betaling van BTW door de leverancier of dienstverstrekker, en de klant zal bijgevolg in die fase ook geen BTW kunnen aftrekken. Dat alles wordt dan uitgesteld tot het ogenblik van de levering of voltooiing van de dienst en het uitreiken van een (volwaardige) factuur. Daarna heeft men dan als leverancier 15 dagen (tegenover vroeger slechts 5 dagen) de tijd om een factuur uit te reiken.

Voorschotfacturen zullen evenwel niet volledig verdwijnen. Een leverancier of dienstverlener zal nog steeds voorschotfacturen kunnen uitreiken en mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan zal deze ook meteen fiscaal in de respectievelijke BTW aangiftes verwerkt kunnen. Naast uiteraard de vermelding van het BTW tarief zal bijvoorbeeld uitdrukkelijk melding moeten worden gemaakt van ofwel de vermoedelijke of ultieme betalingsdatum, ofwel de vermoedelijke datum van levering of voltooiing van de dienst, de datum van opeisbaarheid dus. De klant die reeds op dat ogenblik de BTW in aftrek neemt zal bovendien binnen een periode van 3 maanden te rekenen vanaf het einde van de maand waarin de voorschotfactuur is uitgereikt, een bewijs van (effectieve) opeisbaarheid moeten kunnen voorleggen. Zoniet, dan zal zijn initiële aftrek geregulariseerd moeten worden