25/09/2018

Wist je dat …

shutterstock_1109716904.jpg
  • September traditioneel een maand is waarin ons rechterlijk landschap enkele wijzigingen ondergaat. Vaak met een eerder kleine impact, soms ook vrij ingrijpend. Dat is dit jaar niet anders. In september reeds, maar ook de volgende 3, 4 maanden komt er behoorlijk wat op ons af.  Het zou ons veel te ver leiden om alle wijzigingen te gaan oplijsten, laat staan ze in detail te gaan bespreken, een (niet-exhaustief) overzicht van toch enkele belangrijke willen wij u evenwel niet onthouden…
  • Wist u dat per 1 september 2018 de gewijzigde regels inzake huwelijksvermogensrecht, erfrecht en erfbelasting in werking zijn getreden? De wijzigingen zijn niet van de minste en vergen toch de nodige oplettendheid in planningsaangelegenheden. Eind augustus hebben we daar reeds een aantal blogberichten aan gewijd (zie http://www.bright.legal/nl/bright-blog); in oktober en november staat er ook nog een vierdelige opleidingscyclus op de agenda (zie http://www.bright.legal/nl/bright-seminars?in_jaar=2018). Omdat verschillende onderdelen vrij technisch en complex zijn, richt de opleidingscyclus zich tot de professionele dienstverlener, maar het spreekt voor zich dat daarnaast, iedereen die over deze materies vragen heeft bij ons terecht.
  • Goed nieuws ook voor schuldeisers van niet-betwiste schuldvorderingen. Wist u dat vanaf 1 oktober 2018, 7 Europese databanken gelijkwaardig worden verklaard aan de Kruispuntbank der Ondernemingen in België (Koninklijk Besluit van 17 augustus 2018) en dat de vereenvoudigde en (ver)korte procedure voor invordering van onbetwiste geldschulden, beter gekend als I.O.S., binnenkort dus ook toegepast kan worden ten aanzien van schuldenaren in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Groothertogdom Luxemburg, Italië, Spanje en Oostenrijk? Blijft de betwisting uit dan kan men dus ook ten aanzien van (handels)schuldenaren in die landen een titel bekomen, zonder tussenkomst van een klassieke rechtbank, binnen een termijn van 1 maand + 8 dagen na de aanmaning bij gerechtsdeurwaardersexploot.
  • Wist u dat huurders en verhuurders van woningen binnenkort opereren binnen een volledig nieuw regelgevend kader? Er is een nieuw Vlaams Huurdecreet op komst dat initieel bedoeld was om in werking te treden op 1 september 2018, maar dat nu in principe per 1 januari 2019 in werking zal treden. Woninghuurovereenkomsten zullen dan verplicht schriftelijk moeten zijn en een minimaal aantal gegevens moeten vermelden, er komen nieuwe opzegmogelijkheden voor vooral de verhuurder, de renovatieverhuring wordt uitdrukkelijk geregeld, de huurwaarborgregeling verandert, edm. Ook de ‘stilzwijgende verlening’ verdwijnt; een bepaling op basis waarvan een huurovereenkomst wordt verlengd wanneer ze niet (tijdig) wordt opgezegd, zal voortaan voor niet geschreven worden gehouden. Ook daarover publiceerden we trouwens reeds eerder (zie http://www.bright.legal/nl/bright-blog/nieuwe-regels-woninghuur).
  • Ook inzake de verhuur van professioneel aangewende onroerende goederen staan belangrijke wijzigingen op til staan? Wist u dat vanaf 1 januari 2019 de verhuur van professioneel aangewende onroerende goederen aan BTW zal kunnen worden onderworpen? Op vandaag kan dit al voor de ter beschikkingstelling van onroerende goederen, maar nog niet voor eigenlijke verhuringen. Dat verandert dus. Voor de verhuurder betekent dit dat hij de BTW op de oprichting, de verbouwing of de renovatie in aftrek zal kunnen nemen. Men zal dit bovendien al kunnen toepassen op werken uitgevoerd vanaf 1 oktober 2018.
  • Klassiek bij het begin van een nieuw gerechtelijk en ook nieuw parlementair jaar zijn ook de wijzigingen op het vlak van sociaal- en arbeidsrecht. Wist u dat u in Vlaanderen dat u voortaan een eigen zaak kan starten zonder “attest bedrijfsbeheer” (Decreet 18 mei 2018)? Of dat bij wet van 30 juli het wettelijk kader is versoepeld voor ondernemers die investeren in een zone in moeilijkheden (zones of regio’s getroffen door een omvangrijk collectief ontslag)? De werkgever die in zo’n zone werknemers aanwerft zal onder bepaalde voorwaarden tijdelijk (2 jaar) vrijgesteld worden van bedrijfsvoorheffing ten belope van 25%, op de bezoldigingen van deze werknemers. De tewerkstelling moet wel 3 jaar (voor KMO’s) of 5 jaar (voor andere ondernemingen) behouden blijven.