Gerechtelijke reorganisatie (W.C.O.). Het nieuwe ‘normaal’ de komende maanden?

Gerechtelijke reorganisatie (W.C.O.). Het nieuwe ‘normaal’ de komende maanden?

De voorbije weken en maanden, de Covid 19 pandemie en de concrete gevolgen die dit heeft gehad hebben evident ook hun impact gehad op vele ondernemingen. Geen omzetten is geen inkomsten, en geen inkomsten is geen mogelijkheden om eigen (betaal)verplichtingen na te komen. Voor sommige ondernemingen zal het Koninklijk Besluit nr. 15 van 24 april 2020 soelaas bieden, voor andere niet. Hoe geraken zij dan uit die crisis?

 

Gerechtelijke reorganisatie of W.C.O.

Waar de steunmaatregelen niet volstaan, waar interne kostenbesparingen geen voldoende uitkomst bieden en waar medecontracten en schuldeisers te weinig meegaand zijn, en waar ondernemingen niet onder het wettelijk moratorium vallen zoals voorzien via het Koninklijk Besluit nr. 15 van 24 april 2020, zal een gerechtelijke reorganisatie, onder verwijzing naar de oorspronkelijke Wet op de Continuïteit van Ondernemingen ook wel W.C.O. genoemd, vermoedelijk de enige kans op ademruimte, en op termijn een doorstart betekenen.

Een gerechtelijke reorganisatie biedt ondernemingen een wettelijke doch tijdelijke bescherming tegen haar schuldeisers. Ondernemingen die door omstandigheden (vb. verplichte sluiting) te kampen hebben met moeilijkheden maar die zicht hebben op voldoende werk en/of verkopen en wiens kansen op herstel dus reëel zijn, kunnen via een procedure van gerechtelijke reorganisatie de continuïteit van de activiteiten trachten te behouden (art. XX.39 WER).

 

Toepassingsgebied en draagwijdte

Met de bedoeling om ofwel een minnelijk akkoord te bewerkstelligen met één of meerdere schuldeisers, ofwel een globaal akkoord met alle schuldeisers, ofwel een overdracht onder gerechtelijk gezag van een deel of het geheel van de activa of de activiteiten, kunnen ondernemingen voor een periode tot 6 maanden (art. 46, §2 WER), eventueel verlengd tot maximaal 18 maanden (art. XX. 59, §1 en §2 WER), bescherming krijgen tegen hun schuldeisers. Deze kunnen dan geen betaling meer eisen van bestaande facturen of andere schulden, evenmin als dat zij tot tenuitvoerlegging op roerende of onroerende goederen kunnen overgaan of reeds opgestarte uitvoeringen kunnen voortzetten. De onderneming zelf kan, tenzij op eigen aangifte, ook niet failliet verklaard worden (art. XX. 50 WER). Men krijgt dus de tijd om op adem te komen, om alle zaken op een rijtje te zetten en om individueel dan wel collectief oplossingen van schuldherschikking uit te werken en aan de schuldeisers voor te stellen.

Nieuw sinds 1 mei 2018 is dat niet enkel handelsondernemingen op deze mogelijkheden beroep kunnen doen, maar ook vrije beroepen zoals advocaten, architecten, apothekers, notarissen, artsen, boekhouders, paramedici, edm. Waar zij vroeger uitgesloten waren van het insolventierecht kunnen thans ook zij thans onder bescherming tegen hun schuldeisers tot een reorganisatie en herstel komen.

 

Reorganisatie door collectief akkoord

De meest gebruikte optie is de gerechtelijke reorganisatie door een collectief akkoord (art. XX. 67 ev. WER). Binnen de termijn waarvoor de opschorting is verkregen werkt de onderneming een reorganisatie- of afbetaalplan uit en dat wordt vervolgens op een stemmingszitting voorgelegd aan de schuldeisers. Veelal gaat dit dan om een deel kwijtschelding van schulden (maximaal 80 %; art. XX. 73 WER) en een gespreide betaling voor het saldo. Die spreiding kan gaan tot maximaal 5 jaar te rekenen vanaf de datum van de goedkeuring en homologatie van het plan (art. XX. 76 WER). Een scenario dat dus wel mogelijkheden bieden en dat in deze toch wel bijzondere tijden veel genuanceerder zal worden gepercipieerd als vroeger het geval was. Zelfs grote namen als E5 Mode en Orchestra-Prémaman opereren dezer dagen onder dit statuut.

Weet dat er echter ook een aantal beperkingen en uitzonderingen gelden. Het reorganisatieplan kan bijvoorbeeld niet voorzien in een kwijtschelding van vorderingen uit arbeidsprestaties. Maakt men een onderscheid tussen de schuldeisers, waarbij de ene een groter deel betaald krijgt dat de andere, dan moet dit onderscheid objectief verantwoord kunnen worden in functie van het continuïteitsdoel (art. XX. 73 WER). Schuldeisers met een bijzonder voorrecht of een hypotheek (veelal banken) genieten bovendien van een andere regeling. Ten aanzien van deze schulden kan het reorganisatieplan in een verdere opschortring van betaling voorzien voor een periode van maximaal 24 maanden, eventueel verlengbaar met 12 maanden (art. XX. 74 WER).

In ieder geval, tenzij de onderneming vooralsnog voorafgaandelijk de boeken zou neerleggen of afstand zou doen van de opschorting en de geplande reorganisatie, mondt een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord uit in een stemmingszitting. Tot die zitting worden alle schuldeisers uitgenodigd; en daar kunnen zij dus stemmen over het plan dat hen eerder is overgemaakt. Het plan wordt geacht gestemd en dus goedgekeurd te zijn wanneer de meerderheid van de aanwezige of via volmacht vertegenwoordigde schuldeisers, die samen minstens de helft van de totale schuld moeten vertegenwoordigen, het plan aanvaarden (art. XX.78 WER).

De rechtbank controleert vervolgens enkel nog of gedurende de procedure alle voorgeschreven pleegvormen werden gerespecteerd, en of het plan de openbare orde (vb. het gelijkheidsbeginsel) niet miskent (art. XX. 79 WER). Is ook dat allemaal in orde, dan wordt het plan gehomologeerd en krijgt het dus bindende kracht, ook ten aanzien van de schuldeisers die niet aan de stemming hebben deelgenomen of die tegen het plan hebben gestemd (art. XX. WER).

 

Vragen of (concrete) bijstand nodig

 Heeft u daar vragen over of wenst u meer informatie over te bekomen, als onderneming die dergelijke procedure overweegt of als schuldeiser die zijn of haar rechten en mogelijkheden wil kennen, neem gerust contact met ons op.

Contacteer ons vandaag nog.