Ondernemers, formuleer tijdig protest!

Ondernemers, formuleer tijdig protest!

Omdat algemeen wordt aangenomen dat in handelszaken alles vlot moet gaan, en men snel zekerheid moet hebben, geldt in het Belgische recht de (gewoonterechtelijke) regel dat handelaars onjuist geachte facturen binnen een redelijke termijn moeten protesteren. Met de inwerkingtreding van het nieuwe ondernemingsbewijsrecht sinds 1 november 2018 geldt dat voortaan trouwens niet enkel voor de klassieke ‘handelaars’, maar voor alle zelfstandigen en ondernemingen die onder het toepassingsgebied vallen van artikel I.1.1° van het Wetboek Economisch Recht, met andere woorden ook voor VZW’s, stichtingen, maatschappen, edm. 

Welke termijn precies redelijk is, is een feitelijke beoordeling die afhankelijk is van de concrete omstandigheden en de chronologie van één en ander. Een factuur waarvan vast staat dat die in de periode van collectief verlof van een onderneming is toegekomen, moet op een andere beoordeling kunnen rekenen dan een factuur die in de loop van het jaar verstuurd wordt. Ga in normale omstandigheden evenwel uit van 10 tot 14 dagen. Formuleert men niet tijdig protest, dan wordt men als onderneming geacht de betreffende factuur te aanvaarden. 

Wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat dit niet enkel geldt voor facturen, maar dat draagwijdte van deze regel zich integendeel veel verder uitstrekt en in het algemeen geldt voor alle documenten waarmee een handelaar, thans onderneming zich geconfronteerd ziet en waarvan hij/zij van mening is dat de inhoud niet overeenstemt met de werkelijkheid of met wat was besproken, of waar men om welke reden dan ook niet mee akkoord kan gaan. De verplichting om snel te reageren geldt met andere woorden ook voor bijvoorbeeld briefwisseling of mailverkeer, voor algemene voorwaarden die men toegestuurd krijgt, voor ontwerpcontracten die uitgewisseld worden, edm. 

Een bepaalde strekking in rechtspraak en rechtsleer verdedigde dat al eerder, in een arrest van 5 oktober 2018 bevestigt nu evenwel ook het Hof van Cassatie dat die “aanvaardingstheorie” toch enigszins genuanceerd moet worden, dat het ontbreken van een (tijdig) protest met andere woorden niet zonder meer als een aanvaarding mag worden uitgelegd, zelfs niet wanneer het effectief om een factuur gaat, maar dat dit enkel als een vermoeden van aanvaarding mag worden weerhouden, bovendien een weerlegbaar vermoeden.  De wederpartij kan met andere woorden met alle middelen van recht, inclusief  vermoedens en getuigen, aantonen dat zijn of haar stilzwijgen niet mag worden uitgelegd als een aanvaarding (Cass. 5 oktober 2018, NjW 2019, afl. 405, 519).

Mag men dit nu als een vrijgeleide zien om voortaan wat minder stringent te ageren tegen facturen of andere geschriften waar men het niet mee eens is? Neen, zo’n vermoeden is en blijft immers een bewijsmiddel en het (feitelijk) weerleggen daarvan is vaak geen eenvoudige opgave.  Waarom trouwens het risico lopen? De tip blijft: krijgt u als onderneming zaken toegestuurd waarvan u de inhoud niet kunt onderschrijven, reageer er onmiddellijk op!