Wat is het verschil tussen mijn bedrijf verkopen of mijn bedrijf schenken of testeren?

Wat is het verschil tussen mijn bedrijf verkopen of mijn bedrijf schenken of testeren?

In ons thema “De overdracht van het familiebedrijf in een familiale sfeer” dat we vanaf deze maand lanceren, behandelen we de eerste fundamentele vraag waarmee een bedrijfsleider in het kader van een familiale opvolging al snel wordt geconfronteerd: “Moet hij het bedrijf schenken aan één of meerdere van zijn kinderen, of moet hij het aan hen verkopen?” Een moeilijke keuze die leidt tot een fundamenteel verschillend resultaat.

Schenken of verkopen van het familiebedrijf?

Zowel vanuit de optiek van de bedrijfsleider(s)-overdrager(s) als vanuit deze van de geïnteresseerde en/of in het bedrijf reeds actieve kinderen wordt de schenking aanvankelijk als ideale oplossing voor de overdracht aanzien.

Voor de kinderen die vaak nog niet over de financiële middelen beschikken om een aankoop te realiseren is dit het gedroomde scenario en ook voor de bedrijfsleider-ouder klinkt een schenking als muziek in de oren: het levenswerk blijft in de familie terwijl de Vlaamse decreetgever op zijn beurt voorziet in een fiscaal voordelige manier om de overdracht te laten plaatsvinden.

Voor de ouders is het tevens bijzonder geruststellend om te vernemen dat de aan hun kinderen geschonken goederen hen in principe ook eigen blijven in het kader van het huwelijksvermogensrecht. M.a.w.: gehuwd of niet, de activa of de aandelen blijven eigen aan het kind aan wie ze werden geschonken. Wat soms wel eens wordt vergeten is dat de opbrengsten of nog, de vruchten van eigen goederen in een gemeenschapsstelsel wel als gemeenschappelijk worden aangemerkt. Hierover kunt u wel afwijkende afspraken maken in het huwelijkscontract.

In bepaalde gevallen echter wenst u de fakkel wel reeds over te dragen aan de volgende generatie, maar is een schenking om bepaalde redenen niet wenselijk: we denken bijvoorbeeld aan het scenario waarbij de ouder(s)-overdrager(s) reken(t)(en) op de som cash die zij uit de verkoop zullen ontvangen om in hun verder levensonderhoud te voorzien of waarbij het familiebedrijf zal worden overgedragen aan één kind, maar er onvoldoende andere activa zijn om de andere kinderen te compenseren. Soms is een schenking dan weer eenvoudigweg (nog) niet aan de orde.

Het familiebedrijf kosteloos schenken?

Zowel bij een schenking als bij een verkoop geldt dat het familiebedrijf in principe onmiddellijk uit het vermogen van de overdrager verdwijnt. Door te schenken ontdoet u zich volgens de bewoordingen van het Burgerlijk Wetboek dadelijk en onherroepelijk van de geschonken zaak, ten voordele van de begiftigde die ze aanneemt (donner et retenir ne vaut). Het is bij een schenking wel mogelijk om bepaalde voorwaarden, modaliteiten, controlemechanismen en lasten in te bouwen, doch het bedrijf bevindt zich niet langer als dusdanig in het vermogen van de ouder(s)-overlater(s). Ook bij een verkoop geldt vanzelfsprekend dat de activa van de onderneming of de aandelen van de vennootschap niet langer in het vermogen van de overdrager vertegenwoordigd zijn.

Het grote verschil is echter dat bij een verkoop er een prijs is betaald en er bij overlijden dus (nog) geen verrekening dient plaats te vinden met de andere kinderen-erfgenamen. De overdrager-ouder heeft zich op dat moment immers (nog) niet verarmd ten voordele van de overnemer die/het kind dat zich heeft verrijkt. In geval van een schenking ligt er uiteraard wel een begunstiging voor die bij een later overlijden erfrechtelijk moet worden verrekend, afhankelijk van welke soort schenking er voorligt en welke andere erfgenamen er tot de nalatenschap komen.

In geval van een verkoop geldt een en ander uiteraard slechts voor zover er geen gesimuleerde (of veel te lage) prijs voorligt. In dat geval zou wel kunnen worden geargumenteerd dat een (minstens gedeeltelijke) schenking voorligt (met alle gevolgen vandien). Dit kan tot complexe en bovenal vervelende discussies aanleiding geven. Het is in dit verband aangewezen om de andere kinderen reeds bij het verkoopproces te betrekken en hun akkoord daarmee te vragen, of toch minstens om de prijsbepaling stevig te onderbouwen, o.m. met een revisoraal verslag.

Heeft u nog vragen over dit onderwerp? U kan ons hier contacteren.

Hou ook rekening met de successieplanning

Op het vlak van successieplanning zal het werk na een verkoop van het bedrijf nog maar pas starten. Immers, de overnameprijs valt dan in het vermogen van de ouder(s)-overdrager(s) en dus ook in de nalatenschap. Waar er bij een schenking reeds aan successieplanning wordt gedaan, zal zich dat bij een verkoop pas in een navolgende fase situeren. Evident kan er worden geopteerd voor een schenking van (een deel van) de opbrengst uit de verkoop.

Nu de financiering van een dergelijke overname voor een overnemer-kind meestal geen evidentie is, stelt zich vaak de vraag naar de betaling ervan. Is het een optie dat het geïnteresseerde kind reeds overgaat tot aankoop maar dat er wordt betaald op een later tijdstip of in schijven? Enige voorzichtigheid is hier toch geboden: overlijdt de ouder-overdrager alvorens de verkoopsom volledig werd afgelost door de overnemer-het kind, dan verliest u het fiscaal gunsttarief dat van toepassing is op de vererving van familiebedrijven. De activa van de onderneming of de  aandelen van de vennootschap maken dan immers geen deel meer uit van het vermogen van de erflater (ze zijn namelijk verkocht), maar in het vermogen zit dan wel een schuldvordering op de overnemer-het kind (van mogelijk een niet-onbelangrijk bedrag). Op de waarde van deze schuldvordering zullen de erfgenamen erfbelasting betalen, volgens de gewone progressieve tarieven (voor erfgenamen in rechte lijn, tot 27%). Vaak bent u door een verkoop tegen uitgestelde betaling dan ook slechter af.

Schenken of testeren?

Indien u het bedrijf niet wenst te verkopen maar u dat aan de volgende generatie om niet (d.i. zonder geldelijke vergoeding) wenst over te dragen, kunt u er ook steeds voor opteren om de activa of de aandelen niet bij leven te schenken maar deze (pas) bij overlijden te laten overgaan (op grond van de wettelijke regels of op basis van een geschreven of gedicteerd testament).

Laat u het familiebedrijf pas overgaan bij overlijden, dan behoudt u bij leven uiteraard de volledige controle. Het bedrijf blijft dan in uw vermogen. Vermits er voor familiebedrijven ook bij overlijden een fiscaal gunstregime speelt, blijft ook het fiscaal risico in zekere mate beperkt.

De waarde van het bedrijf

Het grote verschil zit vooral in de waarde van het bedrijf die met de overige erfgenamen moet worden verrekend. Daar waar bij een schenking in de regel de waarde ten tijde van de schenking moet worden verrekend, is dat in geval van een overgang bij overlijden de waarde op dat ogenblik. Dat kan een wezenlijk verschil uitmaken en ook de verdeling sterk bemoeilijken. Let wel, op de regels gelden er uitzonderingen en afwijkmogelijkheden.

Of er finaal wordt overgegaan tot een schenking onder de levenden of tot een overdracht bij overlijden zal voornamelijk en in essentie afhangen van de vraag in hoeverre en hoelang de ouder(s)-overdrager(s) zelf nog aan het roer van het bedrijf wil(len) blijven staan.

Heeft u vragen over de overdracht van uw (familie)bedrijf, aarzel dan niet en neem vrijblijvend contact met ons op. Wij nodigen u graag uit voor een tas koffie en wisselen graag van gedachten hierover met u.

Contacteer ons nu