Privacy. Niet voor de fiscus!

Privacy. Niet voor de fiscus!

Met een arrest van 9 oktober 2019 oordeelt het Hof van Beroep te Brussel dat de fiscus, in het kader van een fiscale controle, zonder toestemming van de betrokkene inzage mag nemen, en een kopie mag maken, van alle gegevens op een computer. De specifieke voorschriften van art. 315bis WIB 92 staan dit volgens haar niet in de weg; en de privacy is volgens het Hof niet geschonden als daarbij ook privébestanden mee gekopieerd worden.

 

In het kader van een onderzoek van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) naar de activiteiten van een Luxemburgse vennootschap, werd onaangekondigd binnen gevallen in de kantoren van een verbonden vennootschap, met dezelfde zaakvoerders, in België. De kantoren werden doorzocht, maar ook alle digitale gegevens op diverse computers, en er werd een volledige kopie gemaakt van de computerbestanden.

 

Voor de Rechtbank Eerste Aanleg werd met succes bepleit dat de handelswijze van de betreffende dienst en ambtenaren een aanfluiting was van de artikelen 315bis en 319 WIB 92. De rechtbank oordeelde dat informatiebestanden op computers en servers niet zomaar gelijk gesteld kunnen worden met “boeken en bescheiden” in de zin van voormeld artikel 319 WIB 92. Zonder toestemming van de betrokkene mochten de ambtenaren zich daar volgens de rechtbank dus geen toegang toe verschaffen, laat staan er een kopie van nemen. Dat men dat toch had gedaan was volgens de Rechtbank bovendien een ernstige inbreuk op de privacy (Rechtbank Eerste Aanleg Leuven, 6 februari 2015).

 

Maar in graad van beroep werd dit vonnis aldus hervormd. Ook al is dat voor discussie vatbaar; het Hof beschouwde computerbestanden vooreerst wel als “boeken en bescheiden” in de zin van artikel 319 WIB 92. Ook computerbestanden vallen volgens haar dus onder het visitatierecht. Dit volgt volgens het Hof trouwens ook uit artikel 315 WIB 92, waar hetzelfde begrip wordt gebruikt en waar het volgens haar zonder twijfel ook digitale data bevat. Die zijn volgens het Hof immers onvermijdelijk nodig om het bedrag van de belastbare inkomsten te begroten; en een boekhouding wordt tegenwoordig immers quasi enkel nog elektronisch bijgehouden.

 

Verder werd geoordeeld dat waar hetzelfde artikel inzage in boeken en bescheiden slechts toelaat met “bijstand” van de betrokken belastingplichtige, dit niet betekent dat deze ook effectief zijn toestemming moet geven. Bijstand slaat volgens het Hof enkel voor “hulp” of “ondersteuning”. Van zodra men de ambtenaren toegang verleend is volgens het Hof aan die vereiste voldaan. Bovendien had men in casu ook nog eens een paswoord gegeven, zonder enig voorbehoud. Vraag is of er de facto zelfs geen sprake is van toestemming, minstens impliciet.